Titel Artikel: Reciprocal relations between prolonged grief and anger in homicidally bereaved people involved in a criminal trial: a four-wave cross-lagged panel model
Auteurs: Lieke C.J. Nijborg, Maarten J.J. Kunst, Jos de Keijser, Lonneke I.M. Lenferink en Gerben J. Westerhof
Onderzoekers: Lieke C.J. Nijborg, Maarten J.J. Kunst, Jos de Keijser, Lonneke I.M. Lenferink en Gerben J. Westerhof
Gefinancierd door: Het Nederlandse Ministerie van Justitie en Veiligheid, Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving (SASS), Fonds Slachtofferhulp.
De relatie tussen rouw en boosheid over tijd
Doel van het onderzoek:
Het doel van het artikel is tweeledig:
1. Het onderzoeken van de wederkerige (reciprocale) relatie tussen prolonged grief disorder (PGD) en state anger over de tijd na een gewelddadig verlies.
2. Het nagaan of betrokkenheid bij het strafrechtelijk proces (zoals het afleggen van een slachtofferverklaring, tevredenheid met het vonnis of compensatie) samenhangt met niveaus van PGD en boosheid.
De centrale onderzoeksvraag luidt:
Wat is de richting van de relatie tussen prolonged grief disorder en boosheid bij mensen die een dierbare hebben verloren door een misdrijf, en in hoeverre hangen aspecten van betrokkenheid bij het strafrechtelijk systeem samen met deze klachten?
Samenvatting van het artikel:
Dit longitudinale onderzoek richt zich op mensen die een dierbare hebben verloren door de MH17-ramp, waarvan de dood juridisch werd aangemerkt als moord. Eerder onderzoek suggereert dat boosheid een belangrijke rol speelt bij rouw na gewelddadig verlies, maar het is onduidelijk of boosheid rouwklachten versterkt, of dat rouwklachten juist boosheid veroorzaken. Daarnaast wordt vaak verondersteld dat deelname aan het strafproces invloed heeft op emotioneel herstel, maar hiervoor ontbreekt stevig longitudinaal bewijs.
De studie maakte gebruik van gegevens van 237 MH17-nabestaanden, verzameld op vier meetmomenten tussen ongeveer 5 en 9 jaar na het verlies. Deze meetmomenten vonden plaats vóór, tijdens en na het strafproces. Prolonged grief disorder werd gemeten volgens de DSM-5-TR-criteria en boosheid werd gemeten als state anger. Met behulp van cross-lagged panel modeling werd onderzocht hoe PGD en boosheid elkaar over de tijd beïnvloeden.
De resultaten laten zien dat hogere niveaus van PGD consequent leiden tot hogere niveaus van boosheid op latere meetmomenten. Het omgekeerde effect (boosheid die PGD voorspelt) werd slechts in beperkte mate gevonden. Dit suggereert dat boosheid vooral een gevolg is van aanhoudende rouwklachten, en niet primair de oorzaak ervan. Klinisch betekent dit dat behandeling die zich richt op het verminderen van PGD waarschijnlijk ook leidt tot een afname van boosheid.
Daarnaast bleek dat geen enkele vorm van betrokkenheid bij het strafrechtelijk systeem — zoals tevredenheid met rechters of het vonnis, het afleggen van een slachtofferverklaring, het ontvangen van compensatie of het volgen van de rechtszaak — samenhing met veranderingen in PGD of boosheid. Wel bleken achtergrondfactoren, zoals opleidingsniveau en de nabijheid van de relatie tot de overledene, belangrijker voorspellers van klachten.
De auteurs concluderen dat langdurige rouwklachten een centrale rol spelen in het voortbestaan van boosheid na gewelddadig verlies, en dat verwachtingen over de therapeutische of herstellende werking van strafrechtelijke procedures waarschijnlijk moeten worden bijgesteld.
