Het was een winterse ochtend in februari 2015 wanneer de deurbel gaat. Het is de politie en ze hebben slecht nieuws. Anna haar tweelingbroer Pim is verongelukt. Het plotselinge verlies van haar broer Pim (op dat moment 18 jaar) voelt als een verlies van haar eigen identiteit.
Onafscheidelijk
Anna en Pim waren van kinds af aan onafscheidelijk. Pim was beschermend over zijn zus, Anna heel zorgzaam naar Pim. Ze zaten langere tijd bij elkaar in de klas, hadden van kinds af aan dezelfde vrienden en deelden veel van dezelfde interesses. Alles deden ze samen. En dan ineens worden ze van elkaar losgerukt. Het verlies van haar tweelingbroer valt haar zwaar. “Het is nog steeds onrealistisch en gek, zelfs nu, vier jaar later, voelt het alsof ik incompleet ben. ’’ Aldus Anna.
Glad wegdek
Pim was een goede voetballer. Hij speelde in het hoogste team en was de favoriete trainer van de kleintjes. Op een winterse ochtend vertrekt Pim in alle vroegte naar de voetbalclub voor zijn wekelijkse kinder-training. Het is koud, mistig en glad maar er is geen weerscode afgegeven. De training gaat door. Pim stapt in zijn auto en vertrekt richting de club maar dan slaat het noodlot toe. “We vermoeden dat Pim de macht over het stuur verloor en de aangrenzende sloot probeerde te ontwijken. De (rem)sporen op het wegdek doen dat ons vermoeden, maar weten zullen we het nooit.’’ Het lukt Pim om de sloot te mijden, maar helaas staat er ook een grote eik en knalt hij vol tegen de boom. Pim is opslag dood.
De politie
Het is 11:00 uur als de deurbel gaat. Het is de lokale Politie en ze hebben slecht nieuws. Er is een auto-ongeluk geweest en op basis van het kenteken zijn ze uitgekomen bij hun Pim. “Ik weet niet of het een tweeling-instinct is, maar ik voelde het gelijk, er is iets met Pim en rende naar de deur”. De vader van het gezin gaat met de politie mee om Pim te identificeren. “En wij maar wachten op uitsluitsel” Een periode van verwarring, onbegrip en verdriet volgt. Nadat de vader van Pim en Anna, Pim had geïdentificeerd is er vooral veel gehuild. “ We mochten Pim in eerste instantie niet zien, hij zou te erg zijn beschadigd. Ik MOEST hem gewoon zien en dus hebben ze uiteindelijk zijn hand en arm zichtbaar gemaakt.” Pim had een tattoo op zijn bovenarm, dus Anna wist zeker dat het haar broer was. “Ik was kapot, mijn broer die daar zo lag, zo afgedekt, koud en kil. Misselijk werd ik ervan.”
Eenzaam
In de weken na Pim’s dood voelde Anna zich verloren. Ze mist Pim enorm en weet niet goed hoe ze zonder hem verder moet. Ze huilt veel, eet slecht en slaapt amper. “Pim was meer dan een broer, Pim was mijn tweelingbroer, mijn andere helft. Niemand leek te begrijpen hoe intens en bijzonder de band tussen broer en zus was geweest “Ik kreeg veel lief bedoelde opmerkingen maar ik voelde me extreem eenzaam. Ik trok me terug op mijn kamer, vermeed onze gemeenschappelijke vrienden en had nergens meer zin in”. Het leek langere tijd alsof Anna in haar eigen wereldje leefde en niets of niemand haar daaruit kon halen.
Verder gaan
Op een bepaald moment besloot Anna dat ze niet langer in haar verdriet wilde blijven hangen. Ze wist dat Pim niet zou willen dat ze haar leven liet bepalen door zijn dood. Hij zou willen dat ze verderging en haar dromen zou waarmaken. Anna had altijd al een passie gehad voor tekenen en schilderen, maar ze had er nooit serieus werk van gemaakt. Nu besloot ze om zich volledig op haar kunst te richten. Ze begon met het maken van tekeningen en schilderijen van Pim en van de dingen die hen samen gelukkig had gemaakt. Het gaf haar rust en ze voelde zich ineens weer verbonden met Pim.
Frankrijk
Stap voor stap krijgt ze haar identiteit weer terug. Het tekenen en schilderen helpt haar in haar rouwproces. Twee jaar na het overlijden van Pim (2017) vertrekt ze naar Frankrijk, voor een speciale schildercursus. “Ik ben trots op wat ik heb bereikt en weet dat Pim dat ook zou zijn geweest. Hij zei altijd al dat ik iets met mijn creatieve brein moest gaan doen.” In ieder schilderij laat ze Pim terugkomen. Ze tekent hem namelijk altijd af met hun beide initialen. “Zo behoudt ik voor mezelf de verbinding tot Pim, we zijn altijd één en blijven altijd één.”
