Titel onderzoek: Werken met verlies
Ondertitel: Een onderzoek naar hoe organisaties omgaan met rouwende medewerkers met een traumatisch verlies
Auteur: Femke Dronkert
Onderzoeker: Femke Dronkert
In opdracht van: Universiteit Utrecht, ter afronding van de bacheloropleiding Bestuurs- & Organisatiewetenschap
Onder begeleiding van: Paul Boselie
Tweede begeleider: Joram Feitsma
Een onderzoek naar hoe organisaties omgaan met rouwende medewerkers met een traumatisch verlies
Doel van het onderzoek:
Het doel van dit onderzoek is niet het formuleren van één beste aanpak voor organisaties, maar het verkennend begrijpen van hoe rouwende medewerkers met een traumatisch verlies de ondersteuning vanuit hun organisatie beleven.
Concreet beoogt de scriptie:
- inzicht te krijgen in de ervaren ondersteuning van rouwende medewerkers;
- de veelvormigheid en complexiteit van rouw op de werkvloer zichtbaar te maken;
- patronen, behoeften en terugkerende thema’s te identificeren die kunnen bijdragen aan betere ondersteuning binnen organisaties.
De centrale onderzoeksvraag luidt:
Hoe gaan organisaties om met rouwende medewerkers die te maken hebben met een traumatisch verlies?
Deze vraag richt zich op de omgang van de organisatie als geheel, leidinggevenden, en collega’s met medewerkers die een plotseling, traumatisch verlies hebben meegemaakt.
Samenvatting van de scriptie:
Deze bachelor scriptie onderzoekt hoe organisaties omgaan met medewerkers die te maken krijgen met rouw na een traumatisch en plotseling verlies. De aanleiding voor het onderzoek ligt deels in de persoonlijke ervaring van de auteur, wat heeft geleid tot een sterke inhoudelijke en maatschappelijke betrokkenheid bij het thema rouw op de werkvloer.
Het onderzoek is kwalitatief en explorerend van aard en richt zich expliciet op de beleving van rouwende medewerkers. In totaal zijn 21 rouwende medewerkers geïnterviewd die een traumatisch verlies hebben meegemaakt, zoals door een ongeval, suïcide of plotselinge medische oorzaak. De interviews boden ruimte voor persoonlijke verhalen en betekenisgeving rondom ervaren ondersteuning binnen organisaties.
Als theoretisch kader is gebruikgemaakt van de Perceived Organizational Support (POS)-theorie. Op basis hiervan zijn vier vormen van ondersteuning onderscheiden: emotionele, informatieve, instrumentele en beoordelingssteun. Deze categorieën zijn gebruikt om te analyseren hoe ondersteuning in de praktijk wordt ervaren.
De bevindingen laten zien dat organisaties vaak wel intentie tonen tot steun, maar dat deze steun niet altijd als passend wordt ervaren. Emotionele steun, zoals oprechte aandacht en ruimte voor het verhaal van de medewerker, wordt het meest gewaardeerd. Informatieve ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van duidelijk rouwbeleid, ontbreekt vaak of is beperkt tot complexe cao-regelingen. Instrumentele steun, zoals taakvermindering of flexibiliteit, komt wisselend voor. Beoordelingssteun (waardering voor functioneren) wordt door veel respondenten als minder helpend of zelfs ongemakkelijk ervaren.
De scriptie concludeert dat maatwerk, flexibiliteit en empathie essentieel zijn in de omgang met rouwende medewerkers. Tegelijkertijd is een basale structuur van ondersteuning noodzakelijk om duidelijkheid en veiligheid te bieden. Factoren zoals organisatiecultuur, kennis over rouw, de rol van leidinggevenden en de houding van de rouwende medewerker zelf blijken bepalend voor hoe ondersteuning wordt beleefd. De scriptie pleit voor meer bewustwording en kennis over rouw op de werkvloer en sluit af met de oproep: laten we meer werken met verlies.
